De filmploeg van MerweTV heeft een Live uitzending gemaakt van deze herdenking. Klik op de video om de uitzending terug te zien.
SLIEDRECHT – Ook tijdens de jaarlijkse Dodenherdenking in Sliedrecht sprak burgemeester Jan de Vries alle aanwezigen toe. Lees hieronder de hele toespraak:
‘Tijdens de Lintjesregen mocht ik namens Zijne Majesteit de Koning zeven inwoners in het zonnetje zetten en een Koninklijke onderscheiding opspelden. Zeven inwoners die zich al tientallen jaren vrijwillig hebben ingezet en nog steeds inzetten voor onze Sliedrechtse gemeenschap.
Eén van hen is André van Dijk. André is al tientallen jaren een drijvende kracht en verbindende factor binnen de Voetbalvereniging Sliedrecht. Zo is hij al 22 jaar bestuurslid en was hij ook een tijdje waarnemend voorzitter.
In de voorbereiding van mijn toespraak voor André moest ik denken aan zijn verre voorganger, Hartog den Hartog. Hartog was zowel zijn voor- als achternaam. Hartog den Hartog was een van de oprichters van Voetbalvereniging Sliedrecht. Dat was in 1912. Hartog was toen nog maar 15 jaar. Een paar jaar later fuseerde deze club met Sport na Arbeid. Van de gefuseerde Voetbalvereniging Sliedrecht werd Hartog den Hartog de eerste voorzitter. Hij was toen nog steeds heel jong, 18 jaar oud.
Hartog den Hartog was een Jood en een zoon van de in Sliedrecht zeer bekende Simon den Hartog. Die was handelaar in manufacturen, gemeenteraadslid, voorzitter van de middenstandsverenging en van de vereniging Volksonderwijs. Iemand die dus, net als de inwoners die kortgelden een lintje hebben gehad, als vrijwilliger van grote waarde was voor onze dorpsgemeenschap.
Simon den Hartog en zijn zoon Hartog kregen voor hun vrijwilligerswerk echter geen lintje op hun revers. Vanaf 3 mei 1942 moesten zij een Jodenster dragen. Joden werden zo voor iedereen herkenbaar en de Duitse bezetters wilden hen daarmee verder uitsluiten. Ook van de Sliedrechtse gemeenschap, waar de familie Den Hartog zo intens mee verbonden was.
Al eerder werden Joden steeds meer rechten ontnomen. De anti-Joodse maatregelen begonnen met een schijnbaar onschuldig verbod op het onverdoofd slachten. Het ging sluipenderwijs. De Nederlandse Joden werden stap voor stap afgezonderd van de rest van de bevolking. Vanaf januari 1941 werden alle Joden verplicht om zich te registreren bij de gemeente, ook bij de gemeente Sliedrecht. In hun persoonsbewijs werd ter aanduiding van hun Joods zijn een grote J gestempeld. Later werden allerlei plekken ‘Voor Joden verboden’. Vanaf september 1941 mochten Joodse kinderen niet meer bij niet-Joodse kinderen op school zitten. En in diezelfde maand werden alle optredens van Joden in het openbaar verboden. Joden mochten geen parken, cafés en restaurants meer bezoeken. En Joden mochten geen sportinrichtingen bezoeken of deelnemen aan openbare sportactiviteiten.
En zo mocht Hartog den Hartog ook zijn geliefde Voetbalvereniging Sliedrecht niet meer bezoeken. Niet meer op het veld achter de bal aan rennen, niet meer langs de lijn staan en niet meer genieten van de derde helft. In het voorjaar van 1942 werd ook zijn lidmaatschap opgezegd. Het lidmaatschap van de vereniging die hij zelf had opgericht en waarvan hij de eerste voorzitter was.
Wie stond er toen op voor Hartog den Hartog?
Wie van de leden van Voetbalvereniging Sliedrecht kwam tegen het uitsluiten van hun prominente lid in opstand?
Wie van de leden van de Sliedrechtse middenstandsvereniging stond op voor hun voorzitter Simon den Hartog?
Wie van de leden van de gemeenteraad van Sliedrecht stond op voor hun voormalige mederaadslid Simon den Hartog?
De realiteit is, dat heel veel Nederlanders en ook Sliedrechters zich stilhielden. De grote stille meerderheid. Zij zagen de toenemende repressie. Zij zagen de toenemende uitsluiting en later zelfs de wegvoering van Joodse dorpsgenoten.
Zij waren soms onverschillig en dachten ‘het zal zo’n vaart niet lopen’. Of zij keken weg, waren afwachtend of bang. Zij probeerden daarom zoveel mogelijk hun gewone leven te leiden en zich niet in te laten met de Duitse bezetters.
Er waren ook Sliedrechters die opstonden tegen de Duitse bezetters. Zij boden hulp, onderdak en kwamen met kleine en grote daden in verzet. Door het bezit van een illegale radio, het verspreiden van illegale kranten of het vervalsen van voedselbonnen.
Zeer moedig en groothartig was Leentje Nederlof. Zij woonde hier op de Stationsweg en zij had 10 Joodse onderduikers in huis. De onderduikers werden verraden, opgepakt en vermoord. Ook zij kwam in het kamp Ravensbrück om het leven.
Tijdens de april-mei staking kwamen ook Sliedrechters in opstand tegen de bezetters. Arbeiders van de scheepswerven en zelfs ook ambtenaren van de gemeente Sliedrecht, zoals Laurens Koppelaar ontdekte. De arbeiders van Scheepswerf De Merwede in Hardinxveld-Giessendam legden massaal hun werk neer. Hun collega, de Sliedrechter Kees de Kok moest dit met de dood bekopen.
Er was ook georganiseerd verzet. Dat waren bijvoorbeeld de leden van de knokploeg in de Biesbosch, de Liniecrossers en de leden van de verzetsgroep Albrecht.
Zij allen boden met kleine en grote daden verzet. Met gevaar voor hun eigen leven en dat van hun geliefden. Daarvoor hebben wij een diep respect.
Er waren ook Sliedrechters die plichtsgetrouw uitvoerden wat de bezetters hen oplegden. Misschien dachten ze, de maatregel valt wel mee. Of hadden ze angst voor strafmaatregelen. Of dachten ze, ik kan zo nog erger voorkomen. De gevolgen voor onze Joodse inwoners waren in ieder geval groot.
Het bestuur van de voetbalvereniging Sliedrecht schreef Hartog den Hartog uit als lid.
Schoolbestuurders stuurden de kinderen van Hartog den Hartog van hun school.
Ambtenaren van de gemeente Sliedrecht registreerden de J. op de persoonsbewijzen van de familie Den Hartog en andere Joodse inwoners.
De gemeente Sliedrecht verstrekte op 2 mei 1942 de persoonsgegevens van alle Joodse inwoners aan de Duitse bezetters. Vier Joodse families, waaronder de familie Den Hartog, werden later weggevoerd en vermoord. Dat onze gemeente daaraan heeft meegewerkt, vervult mij als burgemeester van Sliedrecht nog steeds met schaamte.
Een vraag die mij bij iedere herdenking puzzelt, is de vraag: wat zou ik doen? Wat zou ik in de oorlogsjaren hebben gedaan? Zou ik onderduikers in huis hebben opgenomen? Zou ik de registratie van de J. in de persoonsbewijzen hebben geweigerd? Zou ik als burgemeester onze ambtenaren gevraagd hebben om niet de persoonsgegevens van onze Joodse inwoners aan de bezetters te verstrekken?
Er zijn op deze vragen geen gemakkelijk antwoord. Wij kunnen ons moeilijk voorstellen voor wat voor moeilijke keuzes onze voorgangers en voorouders hebben gestaan. Het is soms een dunne scheidslijn tussen goed of fout.
Wat wij wel kunnen, is leren van deze dramatische geschiedenis. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat zoveel Nederlandse Joden en ook Sliedrechtse Joden werden uitgesloten en uiteindelijk vermoord? We kunnen leren van het feit dat het schijnbaar onschuldig en klein begon. Het begon met woorden. Met het voeden van het wij-zij denken. Met het demoniseren van de ander. Met het versterken van haatgevoelens.
Hiervan kunnen we leren, dat we vandaag niet te lichtvaardig moeten denken over het aanwakkeren van de tegenstellingen in onze samenleving, over discriminatie en het toenemende antisemitisme. En wij ook niet moeten onderschatten wat het betekent als onze democratische waarden steeds meer ter discussie staan.
Daarom nodig ik u en jou uit om jezelf de vraag te stellen: wat leer ik van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog? Wat leer ik van de toenemende uitsluiting en uiteindelijke moord op 18 Sliedrechtse en 102.000 Nederlandse Joden.
Sta ik op, als mijn klasgenootje op straat of online wordt gepest?
Sta ik op, als mijn collega antisemitische opmerkingen maakt?
Sta ik op, als een raadslid of gemeentebestuurder wordt beledigd, geïntimideerd of bedreigd?
Sta ik op, en bied ik gastvrij onderdak als een ander gevaar loopt?
Sta ik op, als mijn teamgenoot wordt gediscrimineerd en op het voetbalveld wordt uitgescholden vanwege zijn huidskleur?
Sta ik op, als een andere Sliedrechter wordt buitengesloten?
Sta ik op, voordat het te laat is?
Voor onze Sliedrechtse voetballegende Hartog den Hartog was het te laat. Hij werd met zijn gezin op 17 november 1942 door de Nazi’s opgepakt en weggevoerd. Op 5 februari 1943 werd hij in Auschwitz vermoord. Hij was toen 46 jaar oud.
Vandaag worden wij stil voor Hartog, voor zijn vader Simon en voor alle andere Sliedrechtse oorlogsslachtoffers.
Ik hoop dat wij na vandaag bij nieuw onrecht niet tot de stille meerderheid behoren. Maar dat wij in Sliedrecht samen opstaan en ons luid en duidelijk uitspreken voor vrijheid en recht voor iedereen’.
Jan de Vries, Burgemeester Gemeente Sliedrecht.
